In de begeleiding wordt op de specifieke, aan de autisme spectrum stoornis verwante kenmerken, geanticipeerd. Dat wil zeggen dat:

  • in het contact met het kind voortdurend getoetst wordt of hij/zij begrepen heeft wat van hem of haar verwacht wordt;
  • de communicatie plaatsvindt door middel van helder, ondubbelzinnig taalgebruik. In de communicatie dient geen of zo min mogelijk ruimte te zijn voor interpretatie;
  • de begeleiders bij instructies voor bepaalde activiteiten, dat met name doen door mee te werken, het voor te doen en te visualiseren;
  • de begeleiders zich er continue van bewust zijn dat het kind moeite heeft met veranderingen, dat het kind moeite kan hebben een inschatting te maken van wat hem te wachten staat, het maken van overgangen van de ene naar de andere activiteit en soms het onderscheid tussen fantasie of werkelijkheid niet kan maken.